Morele vorming stopt niet bij de port

De kredietcrisis heeft geleid tot fundamentele kritiek op managementopleidingen. Wij stellen dat een verandering in deze opleidingen niet voldoende is. Ook het bedrijfsleven zelf zal meer werk moeten maken van de ethische vorming van jonge managers.

Uit recent onderzoek van KPMG blijkt dat Nederlandse bedrijven vinden dat het onderwijs een belangrijke rol speelt in de ethische vorming van studenten. Tegelijkertijd vinden bedrijven dat deze vorming tekortschiet. Opleidingen moeten volgens hen afrekenen met het waandenkbeeld dat de bomen tot in de hemel groeien. Duurzaamheid en integriteit vormen de nieuwe license to operate.

Verschillende universiteiten hebben in het verleden al wel de nodige maatregelen getroffen om ethiekonderwijs een ruimere plaats te geven in het curriculum. En onze ervaring als bedrijfsethiekdocenten leert dat de belangstelling van studenten voor ethiekonderwijs groeiende is en ook een positieve invloed heeft op hun vorming. Zo blijkt uit onderzoek dat studenten als gevolg van dergelijk onderwijs kritischer gaan denken over bijvoorbeeld de noodzaak van economische groei en de legitimiteit van bonussen. Tegelijkertijd is het van belang dat ethische vorming niet beperkt blijft tot een of enkele vakken, maar dat het een integraal onderdeel wordt van de gehele opleiding.

Maar het is de vraag of dit voldoende is. Wat we bovenal merken is dat studenten over de schouder van hun docenten heenkijken naar wat het bedrijfsleven van hen verwacht. De echte rolmodellen voor studenten zijn de bedrijven en hun leiders. Ethische vorming vindt juist ook plaats binnen bedrijven. Met meer aandacht voor integriteit en duurzaamheid in de managementopleidingen zijn we er daarom niet. Pedagogische maatregelen van bedrijven zijn minstens even belangrijk. Wij dagen het bedrijfsleven daarom uit om meer werk te maken van de morele vorming van nieuwe medewerkers.

Dat begint al in het contact met sollicitanten. Als het informatiepakket een bedrijfscode bevat, worden sollicitanten al bij hun eerste oriƫntatie op een baan geconfronteerd met de ethiek die zij van een bedrijf kunnen verwachten. En wanneer daar in de sollicitatiegesprekken ook aandacht aan wordt gegeven, weten zij gelijk dat het menens is. Papieren codes komen immers pas tot leven door het gesprek hierover aan te gaan.

Maar morele vorming stopt niet bij de poort. De eerste maanden zijn bepalend voor de toon die wordt gezet. Gelukkig besteden steeds meer bedrijven aandacht aan ethiek in het introductieprogramma. Maar het effect is gering wanneer dit beperkt blijft tot informatieoverdracht en interactieve leermethoden worden vermeden.

Wat uiteindelijk telt is de ethiek op de werkvloer. Het is fataal wanneer een nieuwe medewerker de eerste werkweek wordt opgedragen iets te doen dat in strijd is met de bedrijfscode. Het communiceren van het belang van ethiek en het creƫren van de condities waardoor medewerkers ook ethisch kunnen handelen is een continu proces. Er dient een bedrijfscultuur te zijn waarin nieuwkomers ervaren dat het bespreekbaar maken van ethische dilemma's wordt gewaardeerd.

Ook het eerste functioneringsgesprek biedt een mogelijkheid om invulling te geven aan ethiek. Hoe hebben nieuwkomers de bedrijfscode het eerste jaar ervaren? Tegen welke ethische dilemma's zijn zij aangelopen? Idealiter is ethiek ook een criterium waarop medewerkers worden beoordeeld en gebrek daaraan grond is om iemand te sanctioneren.

Maar het belangrijkste is welke ethiek die leidinggevenden zelf belichamen. Want zij zijn per slot de 'wandelende code' die bedoeld of onbedoeld met hun handelen duidelijk maken wat de gewenste ethiek is.

Muel Kaptein, Johan Graafland en Ronald Jeurissen zijn hoogleraar bedrijfsethiek aan respectievelijk de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Universiteit van Tilburg en Nyenrode Business Universiteit. Muel Kaptein is eveneens partner bij KPMG.