Liever high-trust toezicht

Bron: Het Financieele Dagblad [20|12|2007]

Door: Dr. Pursey Heugens, prof. dr. Muel Kaptein en drs. Niki den Nieuwenboer. verbonden aan de RSM Erasmus Universiteit. Kaptein is eveneens director bij KPMG Integrity & Investigation Services

Gedetailleerd toezicht heeft een averechts effect op het handelen van professionele dienstverleners. Onderzoek laat zien dat dit leidt tot calculerend en opportunistisch gedrag. Ruim baan dus voor high trust-toezicht, een wens die ook in het regeerakkoord een belangrijke rol speelt.

High trust-toezicht legt de primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen, opsporen en bestraffen van overtredingen bij partijen die daar het beste zicht op hebben: de organisatie zelf. Daardoor wordt meer nadruk gelegd op de beroepseer volgens ons onderzoek de belangrijkste bepalende factor van ethisch handelen en het zelfcorrigerend vermogen van organisaties.

Uit ons onderzoek onder 65 professionals in de accountancy, consultancy en advocatuur blijkt dat high trust-toezicht een serieuze kans verdient. Uit de interviews blijken drie aanbevelingen. Professionele organisaties zouden er goed aan doen om meer te sturen op een beperkt aantal professionele kernwaarden, zoals integriteit en onafhankelijkheid, die nauw aansluiten bij de autonomie en beroepseer van de professional. Veel effectiever dan regelproliferatie is het om in trainings- en opleidingsprogramma's en bij selectie en beoordeling van personeel, aandacht te besteden aan deze kernwaarden. Hier ligt tevens een taak voor beroepsopleidingen en -organisaties.

Verder gaat het bij toezicht niet alleen om het bepalen van de mate van overtredingen en het ondervangen daarvan door complianceprogramma's. Professionals gaan vooral over de schreef als gevolg van een hoge commerciƫle druk binnen de eigen organisatie, zo blijkt uit de interviews. High trust- toezicht vraagt dan ook vooral aandacht voor de wijze waarop prestatiedoelen worden gesteld en de mate waarin deze haalbaar zijn.

High trust-toezicht is uiteraard niet effectief voor organisaties die hun zelfregulerende en -reinigende vermogen kwijt zijn. Zij staan eerst voor de uitdaging om het vertrouwen te herwinnen en kunnen daarna pas groeien van low trust- toezicht naar high trust-toezicht.

High trust-toezicht kan volgens ons een einde maken aan een spiraal waarin verslechterende ethiek wordt gevolgd door meer wet- en regelgeving, die dan weer leidt tot een verder verslechterende ethiek. Het wrange van de huidige situatie is dat professionals de toenemende regelgeving en controle veelal zien als motie van wantrouwen hetgeen calculerend en opportunistisch gedrag uitlokt. Een verwaterende beroepseer lokt vervolgens juist meer toezicht uit en wanneer het vermogen tot zelfregulering door voortdurend wantrouwen is weggeƫrodeerd, blijken controle en sancties de enig resterende middelen te zijn, die dan weer worden verscherpt. Het is zaak om uit deze spiraal te komen.